De docent slaat haar laptop dicht en zucht.
Voor haar zitten twintig jongeren van achttien, negentien jaar. Slimme ogen, snelle vingers, telefoons binnen handbereik. Maar als de wifi even uitvalt, is ineens niemand meer in staat het rooster te vinden, laat staan een werkboek op papier. Een jongen steekt zijn hand op: “Mevrouw… wat moeten we nu doen?”
In oudergroepen op Facebook gaat het er niet milder aan toe. “Generatie Z kan nog geen ei bakken”, schrijft iemand. “Ze willen alles, maar kunnen niks”, reageert een ander. Tussen de verontwaardigde commentaren duikt één zin steeds terug: *we hebben ze zó verwend*.
En toch wringt er iets in dat verwijt.
We klagen over Gen Z, maar wie heeft ze zo gemaakt?
Iedereen lijkt het tegenwoordig te roepen: **Gen Z is lui, fragiel en onpraktisch**. Ze zouden niet kunnen bellen naar een dokter, geen belastingformulier durven openen, in paniek raken van een kapotte printer. Op TikTok gaan filmpjes viraal van twintigers die trots vertellen dat ze “voor het eerst zelf was doen” of “voor het eerst alleen met de trein” gingen.
Volwassenen kijken ernaar en rollen met hun ogen. Toch zijn het vaak dezelfde volwassenen die jaren eerder elk probleem voor diezelfde kinderen oplosten. Huiswerk nachecken, vergeten broodtrommel achterna rijden, elke tegenvaller gladstrijken. Dat was liefde. Maar ook: training in afhankelijkheid.
We hebben een generatie grootgebracht die overal toegang tot informatie heeft, maar zelden de ruimte kreeg om te struikelen.
Kijk naar de cijfers. In Nederland en België groeit het aantal jongvolwassenen dat hulp zoekt voor stress en prestatiedruk al jaren. Studies laten zien dat jongeren hoog scoren op digitale vaardigheden, maar onzeker zijn over praktische basics: geld, huishouden, administratie, ouderwets bellen. Banken melden dat jongeren moeite hebben met budgetteren. Huurcontract lezen? “Staat toch in een video ergens?”
Thuis is het vaak niet anders. Ouders koken, wassen, plannen, regelen. Vakanties worden uitgezocht, formulieren ingevuld, schoolmails gelezen. Een 19-jarige student vertelde me dat zijn moeder zijn agenda nog steeds synchroniseert met de hare. “Anders vergeet ik dingen,” zegt hij. Hij heeft gelijk. Hij hééft dat nooit hoeven leren.
On a tous déjà vécu ce moment où je een jongere iets vraagt – “kun jij dit even uitzoeken?” – en je daarna ziet hoe ongemakkelijk het wordt. Niet omdat ze het niet wíllen. Maar omdat hun brein meteen denkt: wie lost dit normaal voor mij op?
Als je een kind van jongs af aan telkens redt, leert het vooral één ding: “Als het misgaat, komt er iemand.” Dat voelt warm en veilig. Tot je achttiende. Daarna blijkt die “iemand” niet meer automatisch naast je te lopen. Dan sta je in een ziekenhuisgang, met een formulier in je hand, en je moet zelf uitzoeken wie je moet bellen.
➡️ Gepensioneerd maar niet vrij: hoe kleine foutjes met de belasting je hele oude dag kunnen verpesten
➡️ Na je 65ste verandert wachten in een tikkende tijdbom – artsen slaan alarm terwijl werkgevers wegkijken
➡️ De vuile waarheid over liefdadigheid: waarom goede doelen vaak meer honger creëren dan ze stillen
➡️ Wie langer leeft, betaalt de prijs: hoe pensioenfondsen jouw dood incalculeren als winstpost
➡️ Slaapdeskundige ontketent medische rel – slapen op je linkerzij zou reflux en darmklachten verergeren, maar artsen beschuldigen elkaar van bangmakerij
➡️ Hoe generatie z opnieuw moet leren omgaan met alledaagse verantwoordelijkheden in een wereld die alles uitbesteedt aan gemak en technologie
➡️ Zorgdromen of zorgdrama’s: hoe thuiszorgers kapotgaan aan liefdewerk terwijl de staat blijft bezuinigen
➡️ Indische hoogvlieger breekt het boeing-airbus kartel – en wij betalen de prijs
Gen Z groeit op in een wereld vol handleidingen, tutorials en helplijnen. Tegelijk hebben ouders, leraren en systemen steeds minder geduld met fouten. Geen zesjesmentaliteit meer, alles moet efficiënt en strak. Dus lossen grote mensen de boel alvast op. Dat is sneller. Minder gedoe.
Maar leren zelf handelen werkt precies andersom. Je hebt tijd nodig om te zoeken, te falen, terug te krabbelen en opnieuw te proberen. Daar hoort ongemak bij. Schaamte ook. En laat dat nou precies zijn wat we massaal hebben proberen weg te poetsen.
Hoe je van “verwend” naar “verantwoordelijk” gaat
Wie nu met Gen Z leeft of werkt, kan twee dingen doen. Blijven mopperen. Of de damage beperken door het anders aan te pakken. Niet met grote theorieën, maar met kleine, concrete stappen. Eén taak, één moment, één jong mens.
Begin met één domein: geld, huishouden, administratie of planning. Kies samen met je kind, leerling of jongere wat nu het meest schrijnend is. Laat hén een probleem kiezen dat ze willen oplossen. “Ik raak altijd geld kwijt.” “Ik mis deadlines.” “Ik durf geen telefoon te pakken.”
Dan doe je het samen, maar in een nieuwe rolverdeling. Jij bent gids, geen redder. Zij doen, jij kijkt mee.
Een eenvoudige methode: de 3-stappen-aanpak. Eerst doe jij het voor, hardop denkend. Dan doen jullie het samen, waarbij zij de handeling uitvoeren en jij alleen nog vragen stelt. Daarna doe je een stap terug en laat je hen het zelf doen, terwijl jij alleen beschikbaar blijft als back-up.
Bijvoorbeeld bellen naar de huisarts. Eerste keer: jij belt en zegt ondertussen wat je doet. Tweede keer: zij bellen, jij zit ernaast en schrijft eventueel steekwoorden. Derde keer: zij bellen alleen, en vertellen nadien hoe het ging. Klein, concreet, maar enorme winst in zelfvertrouwen.
Laat jongeren fouten maken die niet fataal zijn. Te laat betalen van een kleine rekening. Een bus missen. Te veel uitgeven in één maand. Niet meteen redden, maar erbij blijven. Vragen: “Wat nu?” in plaats van “Geef maar, ik regel het wel.”
Dat vraagt geduld en zenuwen. Jongeren zijn gewend dat iemand inspringt. Ze zullen zeuren, uitstellen, mopperen dat jij “te streng” bent. En jij zult de neiging voelen om het snel even over te nemen. **Daar zit het oude patroon**.
Spreek daarom samen afspraken af. Bijvoorbeeld: geen pakketje bestellen als je niet zelf uitzoekt hoe terugsturen werkt. Geen rijbewijslessen zolang je niet zelf met de rijschool belt. Het klinkt hard. In de praktijk is het vooral eerlijk.
“We zeggen dat jongeren niets meer kunnen,” vertelde een ervaren mentor in het mbo me, “maar vaak laten we ze gewoon niets meer echt zélf doen. We vertrouwen ze niet met de rommel van het leven.”
Leg tegelijk de lat niet belachelijk hoog. Niet elk kind hoeft op z’n zestiende zijn eigen zorgverzekering uit te pluizen of elke dag boodschappen te doen. **Soyons honnêtes : personne ne fait vraiment ça tous les jours.** Eén of twee levensvaardigheden per jaar actief leren is al veel.
Handig om naast je koelkast of bureau te hangen:
- Laat jongeren zélf bellen, mailen of chatten met instanties.
- Kies elk jaar één praktische vaardigheid om samen te oefenen.
- Hou je mond 10 seconden langer dan je comfortabel vindt, vóór je helpt.
- Vier elke mislukte poging als bewijs dat ze het proberen.
Durven toegeven dat we zelf onderdeel van het probleem zijn
Misschien is dat wel het lastigste: niet alleen naar “die jongeren” kijken, maar ook naar onszelf. Wie nu 35, 45 of 55 is, heeft meegebouwd aan de wereld waarin Gen Z groot werd. Met opvang, taxi-ouders, pushberichten uit Magister en online schoolportalen waar ouders alles al zagen voordat het kind het zelf wist.
We hebben hen geleerd dat ze altijd gehoord moesten worden, dat gevoel belangrijk was, dat falen mocht – op papier. Tegelijk vulden we elk gat op met hulp, bijles, bijspringen, bellen, betalen, oplossen. Dat hoefde niet kwaad bedoeld te zijn om effect te hebben. Liefde kan verstikkend zijn als er nooit ruimte is voor eigen rommel.
Misschien begint een eerlijker gesprek over Gen Z met één simpele erkenning: zij zijn niet uit de lucht komen vallen. Ze zijn de logische uitkomst van ons comfort, onze angsten en onze systemen. Als we willen dat ze meer zelf kunnen, zullen wij ook anders moeten durven zijn.
Daar ontstaat een andere vraag. Niet: “Waarom kunnen ze niets?” Maar: “Welke kleine verantwoordelijkheid geef ik vandaag níét uit handen?” Misschien is het die mail die je niet stuurt voor je kind. Dat formulier dat je niet invult voor je stagiair. Die telefoontje dat je doorschuift: “Hier, probeer jij maar.”
Zo wordt het verwijt “we hebben generatie Z verwend” geen eindpunt, maar een begin van iets nieuws. Iets ongemakkelijks, iets onhandigs, iets traags. En misschien precies daarom iets waar zij later dankbaar op terugkijken, als ze zelf met een formulier in een ziekenhuisgang staan. Of met een kind dat hen met grote ogen aankijkt en vraagt: “Wil jij dit even voor mij doen?”
| Point clé | Détail | Intérêt pour le lecteur |
|---|---|---|
| We hebben Gen Z overbeschermd | Volwassenen losten jarenlang praktische en emotionele problemen op vóór jongeren zelf konden oefenen | Herkennen van patronen in eigen gezin, klas of team |
| Zelfstandigheid vraagt ruimte voor falen | Leren gebeurt via mislukken, rommel en ongemak, niet via perfecte begeleiding en gladgestreken paden | Geeft houvast om bewuster met fouten om te gaan |
| Kleine acties maken groot verschil | Bellen, plannen, betalen en organiseren kun je trainen met simpele 3-stappen-oefeningen | Concreet toepasbare handvatten om jongeren nu te helpen groeien |
FAQ :
- Is Gen Z echt minder zelfstandig dan vorige generaties?Ze scoren vaak lager op klassieke “volwassen” vaardigheden (bellen, administratie, huishouden), maar hoger op digitale en sociale skills; het plaatje is dus gemengd, niet zwart-wit.
- Hebben ouders het dan ‘fout’ gedaan door veel te helpen?Nee, het kwam meestal uit liefde en zorg; het punt is nu bewust bijsturen, niet schuld zoeken.
- Vanaf welke leeftijd kun je beginnen met meer verantwoordelijkheid geven?Heel jong al, met kleine taken: zelf iets bestellen aan de kassa, een eigen wekker, een klein budget beheren.
- Wat als mijn kind of leerling weigert om dingen zelf te doen?Begin extreem klein, blijf vriendelijk maar consequent, en koppel privileges (geld, uitjes, gametijd) aan eigen initiatief.
- Hoe ga ik om met mijn eigen ongeduld als het allemaal trager en rommeliger gaat?Zie de extra tijd als investering: elk halfuur dat nu ‘verloren’ lijkt te gaan, koop je straks vrijheid en minder zorg voor jezelf én hen.










