In 1925 bleven studenten 60 uur wakker om te bewijzen dat slaap overbodig was

In het Amerika van de jaren 20 draaiden fabrieken dag en nacht, en ook de wetenschap raakte bezeten door rendement. In dat decor besloot een psycholoog een heilig huisje omver te duwen: misschien hadden mensen helemaal geen slaap nodig.

Wanneer wakker blijven wetenschap werd

De setting: de George Washington University, zomer 1925. Psychologieprofessor Frederick August Moss kijkt naar zijn studenten en ziet geen vermoeide twintigers, maar proefpersonen voor een gedurfd experiment. Hij gelooft dat slapen vooral een aangeleerde gewoonte is. Een verspild derde van het leven, nutteloos voor een maatschappij die snelheid en productiviteit aanbidt.

Hij rekruteert zeven vrijwilligers. Hun opdracht klinkt eenvoudig, maar is voor die tijd bijna futuristisch:

  • 60 uur wakker blijven, zonder één minuut slaap
  • regelmatig testen van reflexen en geheugen
  • voortdurende observatie in en buiten het lab

De studenten drinken koffie, praten tot diep in de nacht, maken ritjes met de auto door het platteland van Virginia en spelen geïmproviseerde potjes honkbal om wakker te blijven. Het voelt deels als experiment, deels als studentenweekend – maar met de wetenschap als strenge toeschouwer.

Voor Moss was elke gemiste uur slaap geen risico, maar winst: extra tijd om te werken, denken en produceren.

De proefkonijnen die carrières zouden veranderen

Tussen de zeven deelnemers vallen twee namen op: Thelma Hunt en Louise Omwake. Twee jonge vrouwen in een academische wereld die vooral door mannen werd gedomineerd. Voor hen is het niet alleen een uitputtingsslag, maar ook een opstap naar een carrière in de psychologie.

Hunt zal later bekendstaan als pionier in de onderwijskunde en psychometrie. Omwake wordt hoofd van de psychologie-afdeling aan hun universiteit. Wat begon als een roekeloos experiment, wordt voor hen een startpunt: ze gaan zich juist bezighouden met wat er misgaat als je het brein overbelast.

De 60 uur zonder slaap tonen niet alleen de grenzen van het lichaam, maar ook hoe ver jonge wetenschappers wilden gaan om serieus genomen te worden.

Zo testte Moss de grenzen van het brein

Het experiment verliep gestructureerder dan je zou verwachten van een professor die vond dat slaap tijdverspilling was. Moss mat de studenten op vaste intervallen. Hij noteerde elk klein detail: trage reacties, versprekingen, trillende handen.

➡️ Waarom sommige stemmen automatisch betrouwbaarder klinken voor je brein

➡️ De ziekte van Parkinson zou mogelijk worden getriggerd door deze bekende bacterie uit de mond, blijkt uit nieuw onderzoek

➡️ Hoe je tuin zich herstelt na extreme weersomstandigheden

➡️ Psychologen leggen uit waarom mentale vermoeidheid vaak wordt verward met fysieke uitputting

➡️ In Canada zet een slimme wolf wetenschappers schaakmat met een vissersval

➡️ Voor u uw interieur opnieuw aanpakt: dit zijn de 7 woontrends van 2026 die blijven

➡️ Pas op voor wilde zwijnen: de nieuwe gezondheidsvondst op het Iberisch Schiereiland die experts alarmeert

➡️ Deze kleine gewoonte maakt opruimen vanzelfsprekend

Metingen in een wakkere nacht

De studenten moesten onder meer:

  • reactietesten doen op licht- en geluidssignalen
  • reeksen cijfers en woorden onthouden
  • logische puzzels oplossen onder tijdsdruk
  • precisietaken uitvoeren, zoals een auto parkeren zonder de stoep te raken

De eerste uren leek het mee te vallen. De resultaten zakten een beetje, maar niemand stortte in. Na meer dan een etmaal wakker begon het beeld te kantelen: trager nadenken, kortere spanningsboog, vaker fouten in simpele taken.

De studenten voelden zich “redelijk fit”, maar de cijfers toonden iets anders: hun brein liep steeds meer achter de feiten aan.

Voor Moss betekende dit dat het lichaam kennelijk kon doorgaan, zelfs als het hoofd begon te haperen. Hij zag het als bewijs dat de mens zich kon trainen om met veel minder slaap te leven.

Een land dat verliefd was op minder slaap

Het experiment paste perfect in de geest van de jaren 20. De VS werden gedreven door lopende banden, neonreclames en recordjachten. Slaap gold steeds meer als luxe, niet als noodzaak. De mythe van de bijna slapeloze uitvinder Thomas Edison – die zei met vier uur nachtelijke rust toe te kunnen – voedde het idee dat echte winnaars weinig slapen.

Die mentaliteit leeft vandaag nog steeds in slogans als “sleep is for the weak” en “you can sleep when you’re dead”. Nachtwerkers, ondernemers, gamers, jonge artsen: veel groepen dragen de vermoeidheid bijna als een medaille.

Jaren 20 Vandaag
Slaap gezien als rem op productiviteit Slaap erkend als voorwaarde voor prestaties
Heldendom: wie het langst wakker blijft Heldendom: wie gezond grenzen stelt
Weinig inzicht in hersenactiviteit tijdens slaap Gedetailleerde kennis van slaapfasen en hersengolven

Wat slaaptekort echt doet met lichaam en geest

Parallel aan Moss’ experiment kwamen al snel tegengeluiden. Onderzoekers in Chicago publiceerden in dezelfde periode studies waarin ze concludeerden dat je slaapduur niet straffeloos kunt inkorten. Ze zagen dat langdurig slaaptekort concentratie, stemming en lichamelijke gezondheid aantastte.

Het echte keerpunt volgt in het midden van de twintigste eeuw. Onderzoekers als Nathaniel Kleitman en Eugene Aserinsky beschrijven de slaapfasen, inclusief de REM-slaap, waarin we dromen. Met elektroden op de schedel zien ze dat de hersenen ‘s nachts niet uitstaan, maar verrassend actief blijven.

De nacht blijkt geen pauzeknop, maar een complex onderhoudsprogramma voor het brein.

Uit latere onderzoeken komt een patroon naar voren:

  • het geheugen werkt beter na een goede nacht slaap
  • het brein ruimt afvalstoffen op tijdens diepe slaap
  • hormonen die honger en verzadiging regelen, raken ontregeld bij slaaptekort
  • het immuunsysteem verzwakt als nachtrust structureel te kort is

Waar Moss vooral keek naar directe prestaties – kan iemand nog een auto parkeren? – kijkt moderne slaapwetenschap naar lange-termijngevolgen. Chronisch tekort aan slaap hangt samen met hogere risico’s op depressie, diabetes en hart- en vaatziekten.

Te weinig of te veel slapen: het U‑vormige risico

Grote epidemiologische studies met honderdduizenden deelnemers laten een opvallende curve zien. Mensen die gemiddeld rond de zeven uur per nacht slapen, scoren het best op gezondheid. Wie structureel veel minder slaapt, ziet het risico op lichamelijke en mentale problemen stijgen. Maar bij heel lange slaaptijden gebeurt iets vergelijkbaars.

De relatie tussen slaapduur en gezondheid lijkt op een U: aan beide uiteinden nemen de risico’s toe.

Dat betekent niet dat lang slapen automatisch ongezond is. Vaak wijst het juist op onderliggende problemen, zoals ademhalingsstoornissen, depressie of stofwisselingsziekten. Bij extreem korte nachten gaat het vaker om leefstijlkeuzes, werkdruk of slaapproblemen die niet worden aangepakt.

Van nachtexperiment naar “hygiëne van de slaap”

Een eeuw na de stunt van Moss verschuift de vraag. Niet: hoe lang kun je wakker blijven? Maar: hoe zorg je voor slaap die je overdag scherper maakt? Slaaponderzoekers gebruiken steeds vaker de term “slaaphygiëne”: concrete gewoonten die rust kwalitatief verbeteren.

Praktische gewoonten die wél werken

  • vaste tijden om naar bed te gaan en op te staan, ook in het weekend
  • helder licht in de ochtend, gedimd licht in de avond
  • geen schermen met fel blauw licht in het uur voor het slapengaan
  • een koele, donkere en rustige slaapkamer
  • cafeïne en zware maaltijden vermijden in de late avond

In die zin krijgen de 60 wakkere uren uit 1925 een ironische bijbetekenis. Waar Moss het experiment gebruikte om slaap weg te redeneren, leveren dezelfde vragen nu argumenten om nachtrust juist serieuzer te nemen dan ooit.

Wat dit zegt over onze eigen nachten

Het verhaal van Moss en zijn studenten raakt aan een herkenbaar spanningsveld. Veel mensen schuiven slaap nog steeds vooruit: een deadline, een serie, een nachtje stappen, een extra dienst. Pas als concentratie instort of het lichaam protesteert, komt de vraag: waar ligt mijn grens?

Een nuttige oefening is om één week lang je eigen patroon te observeren. Hoe voel je je na zes uur slaap? En na acht? Hoe reageert je lichaam op een nachtelijke schermmarathon, vergeleken met een avond zonder telefoon in bed? Kleine experimenten, maar met directe feedback, vaak duidelijker dan welke grafiek ook.

Een andere invalshoek is prestatie. Sportpsychologen en coaches koppelen slaap steeds vaker aan succes. Topsporters plannen hun nachtrust net zo zorgvuldig als hun trainingen. Bedrijven die zich richten op veiligheid – luchtvaart, geneeskunde, spoor – bouwen rustschema’s in om fouten door vermoeidheid te voorkomen. Presteren betekent niet langer doorgaan tot je omvalt, maar weten wanneer je moet stoppen.

Wat begon als een gewaagde weddenschap tegen de slaap in 1925, laat vandaag vooral zien hoe riskant die gok kan zijn. Niet alleen voor zeven studenten in een laboratorium, maar voor iedereen die structureel probeert te leven tegen de eigen biologische klok in.