<blockquote>“Jongeren zijn niet lui of verwend,” zei een jeugdpsycholoog me eens.
De jongen aan de balie kijkt naar het pinapparaat alsof het Chinees is. Hij is 21, modieuze sneakers, nieuwste iPhone, zelfverzekerde blik. Tot de kassamedewerker vraagt: “Kun je even uitrekenen hoeveel korting dit is zonder klantenkaart?”
Hij lacht wat, schuift zijn telefoon naar voren en zegt halfgrappend: “Ik ben slecht in hoofdrekenen hoor, doe jij maar.”
Achter hem rolt een Deliveroo-koerier naar binnen. In zijn rugzak: het avondeten dat hij gisteren ook bestelde. Thuis ligt een wasmand vol kleding die hij niet weet op hoeveel graden gewassen moet worden. Zijn moeder appt hem elke week: “Vergeet je huur niet te betalen?”
Hij is slim, digitaal handig, gevoelig, sociaal bewust. Maar tegelijk opvallend afhankelijk.
Zo schuifelen duizenden jongeren door de dag. Hyperconnected, maar snel overprikkeld. Mondig, maar bang om te falen. Klaar voor de wereld, zeggen we.
Of hebben we een generatie opgevoed die niet weet hoe die zónder zijwieltjes moet fietsen?
Een comfortabele jeugd met een rekening achteraf
Generatie Z is groot geworden in een wereld die zo zacht mogelijk is gemaakt. Ouders die weigerden “nee” te zeggen, scholen die elk foutje in bubbeltjesplastic wikkelden, apps voor alles wat ongemakkelijk voelt.
De bedoeling was liefdevol: beschermen, ontzorgen, kansen geven. Wie wil er nog dat zijn kind struikelt als er ook een trottoirband met rubberlaag bestaat?
In veel gezinnen ligt er meer comfort dan ooit. Verwarming op afstand bedienbaar, maaltijdbezorging binnen 20 minuten, ouders die huiswerk nakijken tot diep in de nacht. *Zelfredzaamheid is stiekem ingeruild voor service op aanvraag.*
En ergens tussen de kinderyogales en de “ik-breng-je-wel-even”-ouders, zijn we een deel van de ruwe randjes kwijtgeraakt die juist volwassen maken.
Neem Lisa, 19, eerstejaars student in Utrecht. Ze weet precies hoe je een TikTok-video viral laat gaan, maar raakt in paniek als de huisartsassistent vraagt naar haar BSN-nummer.
Tot haar 18e heeft haar vader elke afspraak gepland, elke brief geopend, elk probleem met de school opgelost. “Ik stuur wel even een mail”, was zijn standaardzin.
Nu staat ze met een blauwe envelop in haar handen in haar studentenkamer en appt: “Pap, wat is dit?” Het is geen luiheid, het is onbekendheid. Niemand heeft haar laten oefenen.
Onderzoek van onder meer het SCP laat zien dat veel jongeren moeite hebben met praktische volwassen-skills: geld beheren, plannen, omgaan met instanties. De sprong van “alles wordt voor me geregeld” naar “regel het zelf maar” is voor hen geen sprong, maar een ravijn.
We hebben generaties lang gedacht dat veiligheid gelijkstaat aan wegnemen van elke frustratie. Geen stress, geen teleurstelling, geen onverwachte pijn.
Intussen wordt de wereld complexer, harder, sneller. De mismatch is wrang: kinderen zijn opgegroeid in een kussenfort, maar komen terecht in een open veld met volle tegenwind.
Zelfstandigheid leer je niet uit een boek of in een PowerPointpresentatie over “executieve functies”. Je leert het door de bus te missen, je geld verkeerd in te delen, te koken met te veel zout.
Zonder die ongemakkelijke leermomenten blijft volwassenheid een soort theorie-examen waar je nooit aan het praktijkgedeelte toekomt.
Hoe we jongeren onbewust klein houden
Veel ouders uit de jaren 80 en 90 zijn groot geworden met “zoek het maar uit”. Sleutelkinder, fietsen door de regen, zelf naar de bank om een rekening te betalen.
Ze wilden het anders doen voor hun eigen kinderen. Meer aandacht, meer nabijheid, meer emotionele veiligheid. Logisch. En eerlijk: mooier.
➡️ Gratis land voor bijen, dure rekening voor de gever: waarom een gulle gepensioneerde nu landbouwbelasting moet betalen
➡️ Waarom jouw pensioenfonds je liever eerder ziet sterven dan stokoud ziet worden
➡️ Nieuwe Spaanse kankerdoorbraak prijst zichzelf als mirakel, maar critici vrezen dat alleen de rijken het zullen overleven
➡️ Belast voor goedheid: moet een gepensioneerde betalen omdat hij zijn land gratis aan een imker gaf?
➡️ Liefdadigheid als verslaving: waarom elke donatie het probleem groter kan maken
➡️ Als warm wonen alleen nog voor de rijken is – waarom gepensioneerden zich blauw betalen aan een koud huis en niemand het erover wil hebben
➡️ De harde waarheid over nivea: waarom steeds meer dermatologen de iconische blauwe pot links laten liggen
➡️ De verborgen industrie achter liefdadigheid: wie verdient er echt aan jouw goede hart?
Alleen is de slinger op veel plekken doorgeschoten. Een 17-jarige die nog nooit zelf heeft gebeld om een afspraak te verzetten. Een 22-jarige wiens ouder meegaat naar het sollicitatiegesprek “om te kijken of het een leuke werkgever is”.
Docenten vertellen over ouders die mailen om een 6,4 naar een 7,0 te praten. Werkgevers krijgen telefoontjes van moeders die vragen waarom hun kind geen vaste aanstelling krijgt.
Onbewust is er een subtiele boodschap meegegeven: “Zonder mij red jij het niet.” Elke keer dat een ouder het probleem overneemt, voelt dat als liefde.
Voor het kind nestelt zich iets anders: twijfel. Blijkbaar is dit te moeilijk voor mij. Blijkbaar moet een volwassene dit oplossen.
Psychologen zien een toename van jongeren met angst rond falen, keuzes en verantwoordelijkheid. Niet omdat ze zwakker zijn, maar omdat hun leercurve op cruciale momenten is afgevlakt.
Als er altijd iemand tussen jou en de consequentie heeft gestaan, blijft verantwoordelijkheid iets abstracts. Iets engs.
Soyons honnêtes : niemand leeft consequent volgens zijn eigen opvoedidealen. De ouder die zegt: “Ze moeten leren omgaan met geld”, is dezelfde die bijspringt als de rekening rood kleurt.
En vaak is dat ook nodig, want de huur moet wel betaald worden. Alleen: als elk gat keurig wordt gedicht, waar leert iemand dan hoe je een brug bouwt?
Van afhankelijke puber naar wankele volwassene: wat nu?
De weg terug naar meer zelfstandigheid begint klein. Niet met grote speeches over verantwoordelijkheid, maar met mini-opdrachten uit het echte leven.
Laat je 15-jarige zelf bellen naar de tandarts om een afspraak te verzetten. Laat je 18-jarige het maandbudget maken, met ruimte om te falen zolang de schade beperkt blijft.
Het helpt om praktische “volwassen-rituelen” in te bouwen. De eerste keer samen belastingaangifte doen, waarbij je uitlegt wat je doet en zij zelf klikken. De eerste keer dat zij de klantenservice bellen terwijl jij alleen meeluistert.
Dat voelt traag. Onhandig. Jeukerig soms. Maar elk van die momenten is een micro-les in: jij kunt dit zelf.
On a tous déjà vécu ce moment où je klasgenoot of collega je glazig aankijkt als er iets moet worden geregeld dat niet in een app past. Dan is de verleiding groot om te zeggen: “Geef maar, ik doe het wel even.”
Wie écht wil dat jongeren groeien, laat de stilte vallen en wacht. Ja, ook als dat betekent dat de wachtrij aan de kassa iets langer duurt.
Voor ouders en opvoeders voelt het vaak als een spagaat. Aan de ene kant wil je zacht zijn, beschermen, er zijn. Aan de andere kant weet je: ze gaan ooit zonder mij verder.
Juist in die spanning ontstaat ruimte om anders te reageren. Niet harder, wel helderder.
Begin met taal. Geen zinnen meer als “dat kan jij niet, laat mij maar”, maar: “Zal ik je laten zien hoe je dit doet, zodat jij het de volgende keer zelf kunt?”
En wees concreet: “Vanaf nu bel jij zelf de kapper.” “Vanaf september betaal jij je telefoonabonnement van je eigen rekening.”
Veelgemaakte fout: alles ineens omgooien. Vandaag nog regelde jij elk formulier, morgen moet je kind àlles alleen doen. Dat voelt als in het diepe gooien zonder zwemband, en dan gaat iedereen schreeuwen.
Beter is een schuifknop dan een aan/uit-knop: stukje bij beetje minder overnemen, stukje bij beetje meer terugleggen waar het hoort.
Wees mild met de eerste mislukkingen. De vergeten afspraak, de gemiste betaling, de slecht gekookte pasta. Dat zijn geen drama’s, dat zijn lessen in verkleedpak.
*Het echte falen is als we ze nooit laten oefenen.*
“Ze zijn vaak simpelweg weinig getraind in de onzichtbare spieren van volwassenheid: keuzes maken, ongemak dragen, dingen afmaken die saai zijn.”
Voor wie met jongeren werkt – op school, op de werkvloer, in de sportclub – helpen een paar simpele spelregels. Niet ingewikkeld, wel consequent.
- Geef duidelijke kaders, maar laat de weg ernaartoe zo veel mogelijk aan hen.
- Prijs inzet en volhouden, niet alleen resultaat en talent.
- Laat jongeren zelf communiceren: mailen, bellen, vragen stellen.
- Normaliseer onzekerheid: niemand weet op zijn 20e “hoe het moet”.
- Stel grenzen aan ouderlijke inmenging in studie, werk en sport.
Wie een generatie zelfredzamer wil maken, moet bereid zijn om af en toe de ongemakkelijke volwassene te zijn. Degene die niet inspringt, maar naast iemand blijft staan terwijl die stuntelt.
Dat voelt soms kil, terwijl het misschien wel de warmste vorm van zorg is.
Een andere blik op “lui”, “verwend” en “onbekwaam”
Misschien helpt het om Generatie Z niet langer te zien als een probleem, maar als een spiegel. Hun moeite met volwassen worden laat vooral zien hoe wij als samenleving met ongemak zijn omgegaan.
Alles sneller, makkelijker, frictielozer. Van swipen naar relaties tot één-klik-bestellingen, we hebben gemak zo ver mogelijk opgevoerd.
Als we eerlijk kijken, zijn jongeren niet de enigen die liever een app openen dan een moeilijke taak aanpakken. Volwassenen bestellen net zo goed eten als ze ook gewoon konden koken.
We zijn samen een cultuur ingerold waarin “moeilijke dingen” worden uitbesteed: administratie, reparaties, gesprekken die schuren.
Generatie Z is alleen de eerste generatie die vanaf dag één in die wereld is opgegroeid. Zij kennen geen tijd zonder smartphone, zonder on demand-oplossingen, zonder constante informatiestroom.
Zelfstandigheid vraagt in die context bijna bewust verzet: een keuze om iets zélf te doen, ook als het trager, lastiger en ongemakkelijker is.
Als we jongeren iets willen meegeven, dan misschien dit: volwassen worden is niet hetzelfde als alles kunnen. Het is leren omgaan met wat je nog niet kunt, zonder meteen weg te rennen.
Geen superhelden, maar mensen die kunnen zeggen: “Ik vind dit spannend, maar ik ga het toch proberen.”
Daarin zijn ouders, leraren, werkgevers en coaches geen regisseurs, maar coaches aan de zijlijn. Niet degene die de bal overneemt, wel degene die roept: “Schiet maar, ook als je mist.”
Hoe eerder we die rol omarmen, hoe kleiner de kloof wordt tussen comfortabele jeugd en stevige volwassenheid.
| Point clé | Détail | Intérêt pour le lecteur |
|---|---|---|
| Comfort-bubbel | Jongeren groeiden op met maximale bescherming en minimale frictie | Herkenning van patronen in eigen gezin of omgeving |
| Onzichtbare afhankelijkheid | Ouders en systemen nemen veel praktische verantwoordelijkheid over | Inzicht in hoe goede bedoelingen zelfstandigheid kunnen remmen |
| Stap-voor-stap-zelfstandigheid | Kleine, concrete dagelijkse opdrachten en duidelijke kaders | Direct toepasbare handvatten om jongeren sterker te maken |
FAQ :
- Zijn jongeren vandaag echt minder zelfredzaam dan vroeger?Niet per se in alles. Ze zijn vaak digitaal en sociaal vaardig, maar kampen vaker met praktische en administratieve taken waar vroeger jong al mee geoefend werd.
- Is dit vooral de schuld van “curling-ouders”?Niet alleen. Ook scholen, instanties, technologie en werkcultuur hebben meegebouwd aan een wereld waarin veel voor jongeren wordt geregeld.
- Hoe begin ik als ouder zonder mijn kind te overvragen?Kies één klein domein, zoals afspraken maken of geldbeheer, en draag daar stap voor stap meer over, met ruimte om fouten te maken.
- Wat kan een werkgever concreet doen?Verduidelijk verwachtingen, geef meer procesbegeleiding in het begin, maar laat jongeren zelf mailen, bellen en beslissingen nemen binnen afgesproken grenzen.
- Ben ik zelf te laat als mijn kind al twintiger is?Nee. Zelfstandigheid kun je op elke leeftijd trainen, zolang je eerlijk, duidelijk en consequent bent over wat je wel en niet nog gaat overnemen.










