De rollator staat al klaar in de gang wanneer Fatima aanbelt.
Het is 07.12 uur, officieel begint haar dienst pas om half acht. Maar oma Mia kan zich niet alleen douchen, en als Fatima nu niet komt, glijdt ze misschien uit in de badkamer. Dus kwam ze vroeger. Weer.
Na de zorg drinkt ze snel een kopje lauwe koffie mee, luistert naar hetzelfde verhaal over de kleinkinderen. Mia’s ogen glanzen even, dan wordt ze weer stil. Buiten tikt de parkeerschijf door. Binnen tikt de tijd die niemand wil betalen.
Op papier werkte Fatima vanochtend 30 minuten. In het echte leven was ze er al een uur mee bezig. Wat is jouw oma dan waard?
Hoeveel tijd telt niet mee op de loonlijst?
Wie met thuiszorgers meeloopt, merkt het meteen: de klok van de zorg is anders dan de klok van de cao. Het rooster zegt “zorgmoment 09.00–09.30 uur”. De realiteit zegt: reistijd, trap op, jas uit, luisteren, troosten, medicijnen zoeken, formulier invullen, nog snel even de vuilniszak buiten zetten.
Al die minuten vallen tussen wal en schip. Ze staan niet in het systeem, worden niet uitbetaald, maar vormen wel het hart van het werk. De vraag “hoeveel is jouw oma waard?” krijgt dan ineens een heel praktisch randje: is ze 24 minuten waard, of 38, of een uur?
Voor veel thuiszorgmedewerkers voelt het alsof hun dag begint zodra ze de voordeur thuis dichttrekken. De werkgever vindt dat de dag pas start wanneer ze aanbellen bij de eerste cliënt. Daartussen zit een wereld van onbetaalde zorg.
Neem Nadine, 42, al vijftien jaar in de thuiszorg. Ze werkt officieel 24 uur per week. Haar telefoon zegt iets anders: gemiddeld 32 actieve uren per week buiten de deur. De rest is reistijd, appjes met collega’s, snel een extra bezoekje omdat mevrouw De Vries gevallen is.
Zij krijgt per cliënt een vast tijdsblok vergoed. 20 minuten voor aankleden, douchen en ontbijt. Maar als meneer traag is, in paniek raakt of even wil praten over zijn overleden vrouw, loopt alles uit. “Dan zit ik al achter voordat het tien uur is”, zucht ze zacht.
Onlangs bleek uit een inventarisatie van vakbond FNV dat thuiszorgers structureel onbetaalde uren maken. Niet een beetje, maar soms 4 tot 6 uur per week. Een halve werkdag die niemand op de loonstrook terugziet, maar wel in de vermoeidheid aan het einde van de week.
Economisch heet dit “emotionele arbeid” en “onbetaalde reistijd”. In de praktijk is het gewoon: er zijn voor iemand. Onze zorg wordt afgerekend per handeling, per minuut, per indicatie. Een steunkous is drie minuten waard, een boterham smeren misschien vijf.
➡️ De verborgen rekening van elektrisch rijden: betaal jij de prijs zodat anderen de winst pakken?
➡️ Wat leeft daar echt onder de oceaan? ontdekking van reuswormen jaagt wetenschappers én gelovigen de stuipen op het lijf
➡️ Van ‘ondankbaar kind’ tot overlever: 7 jeugdherinneringen die verklaren waarom je je ouders niet kunt respecteren
➡️ Zuinig stoken is een mythe: hoe de heilige 19 graden plaats moet maken voor een controversiële 23-gradencomfortzone
➡️ De sportschool is een mythe: zo verliezen 60-plussers meer buikvet met één onderschatte oefening in de woonkamer
➡️ Mensen die anderen voortdurend onderbreken volgens psychologen – misbegrepen temperament, onschuldige gewoonte of verontrustend teken van een diepgeworteld machtsprobleem?
➡️ Bloedsuiker omlaag, hart beschermd – of toch niet? het omstreden zaadje dat artsen liever uit je ochtendritueel schrappen
➡️ Spaarstand is zelfkwelling: experts verklaren 19 graden passé en jagen discussie aan over verplichte 23 graden binnentemperatuur
Maar troosten, grapjes maken, iemand rustig krijgen die in de war is? Daar bestaat geen declaratiecode voor. Toch is dat precies wat maakt dat jouw oma langer thuis kan blijven wonen. *Zonder dat stuk zou elk zorgplan op papier perfect kloppen, en in het echt mislukken.*
Het systeem vraagt efficiëntie: zoveel mogelijk cliënten per dag, zo min mogelijk “loze” tijd. De mens in de zorg vraagt het tegenovergestelde: net even langer blijven, nog een keer rustig uitleggen, nog één telefoontje met de dochter doen. Tussen die twee werelden betalen thuiszorgmedewerkers met hun eigen tijd en energie.
Reistijd, appjes en tranen: wie betaalt dat eigenlijk?
Een thuiszorgmedewerker verdient zijn uurloon pas op het moment dat hij binnenstapt bij een cliënt. De weg ernaartoe is een soort niemandsland. Soms deels vergoed, vaak onvoldoende, vaak helemaal niet. Zeker als er gaten in het rooster zitten, van die halfuurtjes ertussenin waar je net niks mee kan.
Dan zit je in de auto, of op de fiets in de regen, te wachten tot de volgende tijdsblok begint. Niet thuis, niet bij een cliënt, ergens ertussenin. Dat uur telt voor niemand als werktijd, behalve voor je eigen lichaam dat gewoon moe wordt.
Sommige organisaties rekenen een vast bedrag voor reistijd in de wijk. Maar als je drie straten verder nog even langsgaat omdat een cliënt is gevallen, past dat niet in de urenregistratie. En toch ga je. Want je laat oma niet op de grond liggen tot de volgende dienst.
On a tous déjà vécu ce moment où on se dit : “Normaal zou ik nu weg moeten, maar ik kan het niet maken.” In de thuiszorg is dat geen uitzondering, maar bijna dagelijkse realiteit. Zorgmedewerkers nemen hun pauzes in de auto, happen snel een broodje tussen twee huisbezoeken door en bellen ondertussen met de huisarts.
De emotionele arbeid gaat ook thuis door. Een cliënt die die dag erg in de war was, iemand die niet meer wilde eten, de agressieve zoon aan de telefoon. Het beeld laat hen niet los als ze ’s avonds op de bank zitten.
Die mentale belasting komt nergens in de urenplanning voor. Er is geen code voor “twintig minuten bijkomen na het zien van veel verdriet”. Geen declaratie voor “vier keer wakker geworden vannacht omdat ik me zorgen maakte”. En toch kleurt het hun hele baan.
Als je puur naar de administratie kijkt, zijn veel thuiszorgmedewerkers “parttime”. Maar wie met hen praat, merkt dat ze een fulltime pakket dragen: werk, emoties, verantwoordelijkheden. Soyons honnêtes : personne ne fait vraiment ça tous les jours zonder een prijs te betalen, al is het maar in vermoeidheid of in stilte aan de keukentafel.
De kernvraag blijft dan knagen: als wij als samenleving willen dat onze ouders en grootouders thuis kunnen blijven wonen, wie durft dan eerlijk te zeggen wat dat écht mag kosten? En vooral: wie gaat het betalen als we blijven doen alsof al die onzichtbare uren niet bestaan?
Wat kun jij zelf doen met deze ongemakkelijke waarheid?
Je kunt het zorgstelsel niet in je eentje veranderen, maar je kunt wél beginnen bij jouw eigen oma, vader of buurvrouw met thuiszorg. Vraag de medewerker eens: “Hoeveel tijd krijg je hier eigenlijk voor?” en laat de stilte daarna even hangen.
Luister naar het antwoord zonder meteen een oplossing te willen geven. Alleen al erkennen dat hun tijd schaars én onderbetaald is, doet iets. Het haalt hen uit die onzichtbaarheid waarin ze vaak werken.
Je kunt ook praktisch zijn: leg de medicijnen klaar, zet alvast koffie, maak het pad naar de badkamer vrij. Niet om de zorg “makkelijk” te maken, maar om de kostbare minuten met de zorgmedewerker te benutten voor wat echt telt: aandacht, rust, menselijkheid.
Spreek binnen de familie uit dat die extra tien minuten wél ergens vandaan moeten komen. Misschien kan iemand structureel één middag per week langsgaan, zodat de thuiszorgmedewerker niet alles hoeft op te vangen. Het is geen falen om hulp te organiseren rondom de zorg: het is vaak pure noodzaak.
Wees ook mild naar jezelf. Veel mantelzorgers rennen al op hun tandvlees rond: baan, kinderen, administratie, ziekenhuisafspraken. Dan komt er een zorgindicatie, en verwacht de omgeving ineens dat jij “de rest wel even opvangt”.
Daarom helpt het om als familie een open gesprek te voeren: welke taken zijn realistisch, en welke niet? Waar heb je grenzen, ook emotioneel? Een eerlijk “ik trek dit niet alleen” voorkomt later harde botsingen met zorgmedewerkers die al overbelast binnenkomen.
Veel gemaakte fout: alles doorschuiven naar “de thuiszorg”, en daarna boos worden dat ze maar 20 minuten blijven. Die minuten komen niet voort uit onwil, maar uit een systeem dat rekent in blokjes in plaats van in mensen.
Een thuiszorgmedewerker zei het zo:
“Mensen denken vaak dat ik word betaald om alleen hun moeder te helpen. Maar ik heb nog tien moeders vandaag. Als ik bij iedereen even langer blijf, hou ik geen pauze meer over. En toch ga ik vaak tóch over mijn tijd heen.”
Een paar concrete aandachtspunten om het gesprek rond zorg en tijd opener te maken:
- Vraag naar het echte rooster: hoe ziet een werkdag van de thuiszorgmedewerker eruit?
- Bespreek met de familie wie welke taken kan overnemen (boodschappen, administratie, vervoer).
- Schrijf op wat oma emotioneel zwaar vindt, zodat zorgmedewerkers weten waar de spanning zit.
- Vraag aan de zorgorganisatie wie je kunt mailen of bellen over structureel tijdtekort.
- Blijf beleefd, maar benoem wel rustig wanneer je ziet dat iemand zich kapot rent.
Misschien moeten we anders gaan rekenen
De vraag “hoeveel is jouw oma waard?” schuurt, en dat is precies de bedoeling. Zolang we doen alsof zorg vooral een kostenpost is, blijven we snel rekenen en langzaam voelen. We praten over tarieven, minuten, productiviteit. Zelden over de waarde van een rustig ontbijt met hulp erbij.
Misschien hoort bij ouder worden ook dat we accepteren dat zorg tijd vreet. Dat iemand helpen uit bed te komen niet in 12 minuten past, hoe slim het protocol ook is. Dat reistijd geen ruis is, maar een noodzakelijke schakel in die keten van mens tot mens.
Als samenleving moeten we kiezen: willen we dat thuiszorgmedewerkers rennen, of willen we dat ze blijven staan wanneer onze oma wankelt? Die keuze heeft een prijskaartje, in belastinggeld, in politieke moed, in prioriteiten.
En ja, zorgorganisaties kunnen efficiënter werken, roosters slimmer maken, bureaucratie kortwieken. Maar er blijft altijd iets wat je niet weg-automatiseert: dat moment waarop een thuiszorgmedewerker tóch nog even blijft zitten omdat oma’s handen trillen als ze haar medicatie pakt.
Die extra minuut, dat ommetje in de eigen tijd, dat appje ’s avonds laat “gaat het nog met haar?” – daar zit de echte waarde. Niet in het planningssysteem, niet in de spreadsheet, maar in dat stille stukje aandacht dat niemand heeft ingeboekt.
Misschien is dat wel de meest eerlijke rekensom: als jij nu aan het eind van de maand je salaris ziet, hoeveel daarvan zou jij zelf willen afstaan voor de zorg die jij later nodig hebt? En nog een lastigere: hoeveel is het jou waard dat iemand straks met geduld en tijd naast jouw oma zit, zelfs als de klok al had gezegd dat ze weg moest?
| Point clé | Détail | Intérêt pour le lecteur |
|---|---|---|
| Onbetaalde uren | Reistijd, gaten in het rooster en extra bezoekjes worden vaak niet vergoed | Geeft inzicht in waarom thuiszorgmedewerkers zich opgejaagd en onderbetaald voelen |
| Emotionele arbeid | Luisteren, troosten en zorgen na werktijd tellen niet mee op de loonstrook | Helpt begrijpen waarom zorg zo uitputtend kan zijn, ook bij “parttime” banen |
| Wat jij kunt doen | Gerichte vragen stellen, voorbereiden thuis, eerlijk familieoverleg | Biedt concrete handvatten om de zorg voor je oma menselijker en realistischer te organiseren |
FAQ :
- Hoeveel onbetaalde uren maken thuiszorgmedewerkers gemiddeld?Er zijn verschillen per organisatie, maar onderzoeken en vakbonden spreken geregeld over 2 tot 6 uur onbetaalde tijd per week, vooral door reistijd, administratie en extra zorgmomenten.
- Wordt reistijd nooit vergoed in de thuiszorg?In sommige cao’s staat een beperkte vergoeding voor reistijd, maar die dekt lang niet altijd alle gaten in het rooster of omrijden bij spoedjes, waardoor medewerkers alsnog tijd verliezen.
- Wat valt onder emotionele arbeid in de thuiszorg?Alles wat medewerkers mentaal en emotioneel geven: troost, geduld bij angst of verwarring, nadenken over cliënten in hun vrije tijd en de emotionele impact van ziekte en overlijden.
- Wat kan ik als familielid concreet doen om te helpen?Praat met de thuiszorgmedewerker, neem kleine praktische taken over, organiseer binnen de familie wie wat doet en vraag respectvol aandacht voor structurele tijdsdruk bij de zorgorganisatie.
- Heeft het zin om klachten te uiten bij gemeente of verzekeraar?Ja, als meerdere families en medewerkers melden dat indicaties te krap zijn, ontstaat druk op gemeenten en zorgverzekeraars om contracten en tijdsnormen realistischer te maken.










