Met 657 km/u breekt deze zelfgebouwde 3D‑geprinte drone een Guinness-record

Wat begon als een ambitieus vader‑zoonproject in een garage bij Kaapstad, draait vandaag de hoofden van ingenieurs en dronefans wereldwijd. Een zelfgebouwde quadcopter, grotendeels 3D‑geprint, heeft een nieuwe snelheidsgrens verlegd en laat zien hoe ver huis-tuin-en-keukeninnovatie inmiddels reikt.

Een quadcopter sneller dan een TGV

De Peregreen V4, zo heet het toestel van Mike en Luke Bell, haalde een gemiddelde snelheid van 657,6 km/u. Dat is ruim twee keer de kruissnelheid van een TGV en genoeg voor een officieel Guinness World Records‑certificaat in de categorie snelste quadcopter ter wereld.

De meting verliep volgens het strikte Guinness‑protocol: twee opeenvolgende passages in tegengestelde richting, zodat rug- en tegenwind elkaar opheffen. Tijdens de run bij Kaapstad dook de drone tegen de wind in tot “slechts” 599 km/u, maar in beschutting tikte de snelheidsmeter bijna 658 km/u aan.

Gemiddeld 657,6 km/u: een record voor een 3D‑geprinte quadcopter, officieel erkend door Guinness World Records.

Opmerkelijk detail: het record van de Bells verbeterde hun eigen vorige toptijd met 14 km/u, die zij in juni 2025 neerzetten. Tussendoor wist een Australische ingenieur met een DIY‑drone, de Blackbird, het record kortstondig af te pakken. De revanche van het Zuid-Afrikaanse duo liet dus niet lang op zich wachten.

Guinness valideerde het nieuwe record op 11 december 2025, op een testlocatie bij Kaapstad. Daarmee voegen Mike en Luke voor de derde keer hun naam toe aan de officiële recordlijsten voor dronesnelheid.

3D‑printen als snelheidswapen

Één stuk, zo weinig mogelijk weerstand

De Peregreen V4 is niet zomaar een “snelle racer”. Het ontwerp is een samenspel van simulaties, fysieke tests en nauwkeurige 3D‑printtechniek. Bijna de volledige structuur – van frame tot landingsgestel en camerabehuizing – komt uit één printjob van een Bambu Lab H2D‑printer met dubbele extruder.

Door de romp in één stuk te printen, vermijden de bouwers naden, schroefverbindingen en uitstekende elementen. Dat beperkt luchtweerstand en turbulentie rond het frame.

Hoe gladder en doorlopender de buitenkant, hoe minder wervels en hoe hoger de topsnelheid met hetzelfde motorvermogen.

➡️ Welke snit het beste werkt bij haar dat snel in de knoop raakt

➡️ Zo blijven schoenen langer netjes met minimale moeite

➡️ Dit patroon verklaart waarom je moeilijk “nee” zegt

➡️ Deze kleine keukenhack maakt koken elke dag makkelijker

➡️ Zo voorkom je krassen op kwetsbare oppervlakken in huis

➡️ Psychologie onthult waarom sommige mensen zich schuldig voelen wanneer ze aan zichzelf denken

➡️ Wat verdient een magazijnmedewerker bij een standaard werkweek

➡️ Psychologie verklaart waarom sommige mensen sterk reageren op kleine prikkels

De Bells gebruikten de CFD‑software AirShaper om de luchtstromen rond de drone virtueel te testen. Per iteratie verschoof de vorm van armen, romp en motorgondels lichtjes, tot de software een gunstige balans toonde tussen lift, weerstand en stabiliteit.

Vijf maanden intensief sleutelen gingen in deze vierde generatie. Elk onderdeel kreeg een nieuwe blik: dikte van de wand, ronding van de randen, positie van de elektronica. Het doel bleef hetzelfde: meer snelheid zonder de bestuurbaarheid op te offeren.

Vier motoren op het randje van het haalbare

Onder de motorkappen draaien vier brushless T‑Motor 3120‑motoren van 900 kV. De kV‑waarde geeft aan hoeveel toeren per minuut een motor draait per volt. Een hogere waarde betekent meer toeren, maar stelt ook zwaardere eisen aan koeling, elektronica en propellers.

De propellers zelf bleven niet standaard. De bladen zijn teruggeslepen tot zo’n 15 centimeter lengte. Die kortere propellers kunnen bij hogere toerentallen draaien zonder dat de efficiënte luchtstroom instort, wat bij langere bladen sneller gebeurt.

  • Type motor: brushless T‑Motor 3120, 900 kV
  • Aantal motoren: 4 (quadcopterconfiguratie)
  • Gemiddelde recordsnelheid: 657,6 km/u
  • Meetlocatie: Kaapstad, Zuid-Afrika
  • Belangrijkste productiemethode: 3D‑printen in één stuk

Het frame groeide licht in formaat ten opzichte van de vorige generatie, maar de prestaties leden daar niet onder. De carbononderdelen, waar nog nodig, schuurden de bouwers met de hand tot een vlakke en glanzende afwerking. Dat klinkt banaal, maar bij snelheden boven de 600 km/u tellen kleine ruwheden in de structuur ineens wél mee.

Volgens Luke Bell blijft de drone niet alleen in rechte lijn snel, maar ook verrassend stabiel. De vluchtcontroller is zo afgesteld dat correcties snel, maar niet zenuwachtig binnenkomen. Zo kan de piloot bij deze snelheid nog steeds gericht sturen en gecontroleerde runs vliegen.

Van familiewerkplaats tot wereldrecord

Hobbyproject met professionele impact

Wat dit verhaal onderscheidt van veel recordpogingen, is het uitgesproken familiale karakter. Mike en Luke werken inmiddels ruim twee jaar aan hun reeks Peregreen‑prototypes. Elke mislukte testvlucht levert nieuwe data op, elke gesmolten connector of gebroken arm wordt aanleiding voor een ontwerpaanpassing.

Hun proces blijft niet verborgen. Op hun YouTube‑kanaal laten ze zien hoe ze onderdelen printen, simulaties draaien en crashes analyseren. Die openheid spreekt hobbyisten aan, maar ook ingenieurs die dagelijks met veel grotere budgetten werken.

Een goed uitgeruste hobbyruimte, een 3D‑printer en een kritische blik blijken soms genoeg om gevestigde partijen bij te benen.

Het project is geen commercieel product; er staat geen groot merk achter en er is geen serieproductie gepland. De Peregreen V4 is in de eerste plaats een leermachine: voor het duo zelf, maar ook voor de gemeenschap die meedenkt in commentaren en fora.

Waarom dit soort records ertoe kan doen

Een snelheidsrecord lijkt misschien een curiositeit, maar zulke extreme drones vervullen dezelfde rol als racewagens in de auto-industrie. Ze verschuiven grenzen en leveren data die later doorsijpelt naar toepassingen die minder spectaculair ogen, maar des te nuttiger zijn.

Uit dit soort projecten ontstaan bijvoorbeeld:

  • betere koelconcepten voor compacte motoren en ESC’s;
  • lichtgewicht frames met minder onderdelen en langere levensduur;
  • slimmere stabilisatie-algoritmes voor turbulente omstandigheden;
  • nieuwe combinaties van materialen, zoals hybride 3D‑print/ carbonconstructies.

Die kennis kan later belanden in drones voor inspecties, zoek‑ en reddingsmissies of militaire verkenning, waar elke seconde telt. Een reddingsdrone die sneller bij een bergsporter of schipbreukeling raakt, vergroot de overlevingskans. Een militaire drone die kort boven het maaiveld op hoge snelheid opereert, wordt moeilijker te detecteren.

Wat dit zegt over 3D‑printen en zelfbouwdrones

Van speelgoed naar serieuze techniek

Het verhaal van de Peregreen V4 laat zien hoe volwassen de makerscene is geworden. Waar zelfbouwdrones tien jaar geleden vaak geïmproviseerde “plankjes met propellers” waren, gaat het nu om uitgekiende machines die met professionele software zijn ontworpen.

3D‑printen speelt hierin een sleutelrol. Materiaalkeuze, laagdikte en oriëntatie van de print beïnvloeden sterkte en stijfheid. Door gerichte verstevigingen in te bouwen, hoeven ontwerpers minder massief materiaal te gebruiken en blijft het gewicht laag. Tegelijk maken printers met dubbele extruder combinaties van stijf en flexibel materiaal mogelijk, bijvoorbeeld voor geïntegreerde schokdempers.

Wie zelf met hoge snelheden wil experimenteren, stuit wel op serieuze uitdagingen. Bij snelheden boven pakweg 300 km/u gaan trillingen, krachten en temperatuurproblemen exponentieel omhoog. Elektronica moet goed gekoeld blijven, verbindingen mogen niet lostrillen en de software moet razendsnel reageren zonder in een instabiele oscillatie te schieten.

Risico’s en grenzen van het speelveld

Extreem snelle drones brengen uiteraard extra risico’s mee. Een crash bij 600 km/u veroorzaakt een energie die ver buiten het hobbysegment valt. Testvluchten horen daarom thuis in gecontroleerde omgevingen, met duidelijke veiligheidsperimeters en, waar mogelijk, vergunningen.

Ook regelgeving loopt achter op dit soort experimenten. Veel landen beperken nu al hoogte, afstand tot bebouwing en zichtlijnen van de piloot. Wie toch de grenzen van snelheid wil opzoeken, zal zich moeten verdiepen in lokale wetgeving en wellicht samenwerkingen zoeken met testcentra of universiteiten.

Voor de bredere dronegemeenschap kan dit record inspireren, maar ook dienen als reminder dat stap voor stap werken loont. Kleine verbeteringen in aerodynamica, een beter afgestelde flight controller of nauwkeuriger gebalanceerde propellers kunnen samen een groot verschil maken, zónder meteen op records te mikken.

Wie zelf wil beginnen, kan starten met simulatie‑software en goedkope, langzaam vliegende frames. Door dezelfde methodische aanpak als de Bells te volgen – testen, meten, aanpassen – ontstaan degelijke, veilige drones die voor veel toepassingen geschikt zijn, van luchtfotografie tot landbouwmonitoring.