De vroege dienst is nog niet eens begonnen of Sara, wijkverpleegkundige, heeft al drie berichten binnen: een collega ziek, een cliënt die valt, een rooster dat wéér wordt omgegooid.
In de auto naar haar eerste adres eet ze haastig een broodje, tussen twee telefoontjes door. De app op haar telefoon tikt de minuten weg. De tijd voor mevrouw De Wit: officieel 18 minuten. Mevrouw is eenzaam, verward, heeft zorg nodig én gewoon iemand die even luistert.
Maar luisteren wordt niet vergoed. Handelingen wel, menselijkheid niet. Aan het einde van de week klopt de manager zichzelf op de schouder: productiviteit omhoog, kosten omlaag. Sara kijkt naar haar loonstrook en zucht. Iets wringt hier. Iets dat groter is dan haar eigen vermoeidheid.
Thuiszorg als businessmodel: waar stroomt het geld naartoe?
Wie een dag meeloopt in de thuiszorg, voelt het bijna lichamelijk: dit systeem piept en kraakt. Zorgverleners rennen, schuiven, improviseren. En toch worden ze keer op keer verteld dat er “geen geld” is voor betere salarissen of meer tijd per cliënt.
Toch zien we jaarcijfers van zorgconcerns met keurige winstmarges. Consultancybureaus die gouden tijden beleven aan “efficiencytrajecten”. Vastgoedeigenaren die huur incasseren van panden waar zorgorganisaties noodgedwongen in trekken. Het geld is er dus wél. Alleen komt het zelden terecht bij de mensen die ’s ochtends de steunkousen aantrekken of ’s avonds nog snel langsfietsen met pijnstillers. Dat voelt niet als toeval. Dat voelt als een systeemkeuze.
Kijk naar concrete cijfers en de scheefgroei wordt pijnlijk zichtbaar. In sommige regio’s verdienen thuiszorgmedewerkers met jaren ervaring net iets boven het minimumloon. Tegelijkertijd boeken koepelorganisaties miljoenen aan “reserve” en gaan bestuurders naar congressen in het buitenland. Er zijn thuiszorginstellingen waar flexkrachten uitzendtarieven krijgen die bijna het dubbele zijn van het loon van vaste collega’s.
Een wijkverpleegkundige vertelde dat haar organisatie elk jaar een extern adviesbureau inhuurt om “de processen te optimaliseren”. Kosten: tonnen. Haar loonsverhoging: 2,5%. De rekensom is niet ingewikkeld. Wie met afstand kijkt, ziet een patroon: alles draait om uren wegschaven, handelingen stapelen, rapportages indikken. Zorg als Excel-sheet. En wie het dichtst bij de patiënt staat, heeft het minst te zeggen over waar het geld heen gaat.
Logisch bekeken is het bijna cynisch eenvoudig. Gemeenten en zorgverzekeraars kopen zorg in voor een zo laag mogelijke prijs. Thuiszorgorganisaties concurreren elkaar kapot om die contracten binnen te slepen. De laagste prijs wint vaak. De marge die dan nog overblijft, wordt gebruikt om risico’s af te dekken, managementlagen te betalen en ondeugdelijke ICT-systemen in de lucht te houden.
Wat er onderaan de streep overblijft voor de mensen aan het bed? Krappe roosters, lage lonen en hoge werkdruk. De situatie wordt extra scheef door schijnzelfstandigheid: zzp’ers in de zorg die hogere uurtarieven vragen, maar zonder bescherming of pensioen. Bedrijfjes en bemiddelingsbureaus verdienen aan het gat in de markt. De zorgverlener zelf blijft schipperen tussen idealen en huur betalen. De cliënt ziet vooral steeds wisselende gezichten.
Wat zorgverleners wél kunnen doen: kleine keuzes, stille revolutie
Veel zorgmedewerkers voelen zich machteloos, maar achter de schermen ontstaan overal kleine vormen van verzet. Geen spectaculaire acties, juist hele concrete keuzes. Een team dat weigert nóg kortere routes te rijden en gezamenlijk het gesprek aangaat met de planner. Een wijkverpleegkundige die haar uren nauwkeurig bijhoudt, inclusief alle onbetaalde telefoontjes en ritjes, en die cijfers voorlegt aan het management.
Er zijn teams die samen een “morele grens” afspreken: tot hier en niet verder. Bijvoorbeeld: geen dubbele diensten meer, niet structureel langer blijven zonder vergoeding, geen medicatie verstrekken in 5 minuten waar 15 minuten voor nodig is. Het zijn kleine daden die nauwelijks in een jaarverslag komen. Maar precies daar begint verandering vaak: bij de zorgverlener die besluit niet langer álles te slikken.
➡️ Goed nieuws voor de agro-industrie, slecht nieuws voor je bodem: hoe monocultuur je grond langzaam om zeep helpt
➡️ Liberalisering van het rijbewijs: ontspoorde tegemoetkoming aan oudere bestuurders of broodnodige strijd tegen leeftijdsdiscriminatie?
➡️ Sombere tijden voor roekeloze bestuurders – het roze rijbewijs wordt een tikkende tijdbom voor wie zijn boetes negeert
➡️ Bewust rommeliger leven – waarom een schaamtevol rommelig huis je mentale gezondheid vaker redt dan het ziekmakende ideaal van smetteloze orde
➡️ Dit dagelijkse signaal bij 60+ hangt samen met mentale balans – maar artsen waarschuwen voor deze populaire zelftest
➡️ Niet elke twee of drie dagen: verrassende richtlijn onthult hoe vaak ouderen hun handdoeken daadwerkelijk horen te wassen
➡️ Populaire huidcrème onder vuur: dermatoloog onthult verontrustende bijwerkingen en ontketent felle ruzie tussen artsen en patiënten
➡️ Bevroren pensioenen in koude huizen: hoe lang moeten ouderen betalen voor warmte die nooit komt?
On a tous déjà vécu ce moment waar je denkt: dit gaat zo niet langer, maar je weet niet waar je moet beginnen. Veel zorgverleners schuiven dat gevoel weg, uit loyaliteit naar cliënten en collega’s. Toch zijn er praktische stappen die helpen. Praat in het team open over geld, werkdruk en tarieven, ook al voelt dat ongemakkelijk. Vraag wat jouw organisatie per uur krijgt van de gemeente of verzekeraar en hoeveel daarvan naar loon gaat.
Zo krijg je taal én cijfers om het gesprek op een andere laag te voeren. Sluit je aan bij een beroepsvereniging of vakbond, niet pas als het misgaat, maar om structureel mee te praten. En ja, die vergadering na je late dienst is het laatste waar je zin in hebt. Maar wie nooit aan tafel zit, staat automatisch op het menu.
Soms helpt het om het onrecht hardop te formuleren. Een verzorgende zei het zo:
“Wij worden betaald als vakkenvullers, maar we dragen elke dag mensen in onze handen. En iedereen in de keten verdient aan ons, behalve wijzelf.”
Die zin bleef in de koffiekamer hangen. Hij maakte gesprekken los over wat wél kan.
Een paar concrete focuspunten die zorgverleners en lezers kunnen meenemen:
- Vraag naar transparantie over tarieven, managementkosten en winst.
- Leg onbetaalde tijd vast en benoem dit structureel in evaluaties.
- Zoek bondgenoten in het team, in de medezeggenschap, bij cliëntenraad.
*Parler vrai*: veel zorgverleners doen hun administratie nog snel in de auto, in de pauze of ’s avonds op de bank. Officieel “hoeft” dat niet, in de praktijk doet bijna iedereen het. Dat dubbele leven – idealistisch zorgen én continu moeten schuiven met tijd en euro’s – breekt mensen langzaam op. En precies dat is waar de stille uittocht begint.
Wat als we thuiszorg weer durven zien als publieke rijkdom?
Stel je voor dat we de vraag omdraaien: niet “hoe maken we thuiszorg goedkoper?”, maar “wie mag er níét rijk worden van zorg die andere mensen overeind houdt?”. Die kleine verschuiving maakt een wereld van verschil. Dan wordt het ineens ongemakkelijk dat externen dikke facturen sturen, terwijl een helpende niet weet hoe ze haar energierekening moet betalen. Dan voelt het vreemd dat zorgconcerns winst uitkeren, terwijl cliënten klagen over steeds kortere momenten aan huis.
Thuiszorg is niet zomaar een dienst. Het is de infrastructuur waardoor ouderen langer thuis kunnen blijven, mantelzorgers niet omvallen, zieken hun waardigheid behouden. Dat is maatschappelijke rijkdom. De vraag is of we die rijkdom blijven laten wegstromen naar aandeelhouders, bemiddelaars en adviesbureau’s, of dat we een grens trekken en zeggen: tot hier en niet verder. Wie rijk wordt van onderbetaalde zorg, profiteert van een systeem dat ooit bedoeld was om mensen te beschermen.
| Point clé | Détail | Intérêt pour le lecteur |
|---|---|---|
| Geldstromen volgen | Inzicht in tarieven, winst en managementlagen | Geeft houvast om kritische vragen te stellen |
| Collectief optreden | Teams die samen grenzen en voorwaarden formuleren | Laat zien dat je niet alleen staat in de strijd |
| Thuiszorg als publieke rijkdom | Zorg als basisvoorziening in plaats van verdienmodel | Nodigt uit om anders naar waarde en “winst” te kijken |
FAQ :
- Worden bestuurders echt zo veel beter betaald dan thuiszorgmedewerkers?Ja, in veel organisaties is het verschil enorm: bestuurderssalarissen lopen richting of boven de Balkenende-norm, terwijl zorgverleners vaak rond modaal of daaronder blijven steken.
- Is winst maken in de thuiszorg verboden?Nee, maar er is wel maatschappelijk debat over of publieke zorggelden naar aandeelhouders, dure consultants of commerciële constructies zouden mogen vloeien.
- Waarom stappen zoveel zorgverleners over naar zzp-werk?Omdat de uurtarieven vaak hoger zijn, er meer autonomie is over het rooster en mensen zo hopen de regie over hun werk terug te pakken, ondanks gemis aan zekerheid.
- Wat kan ik als cliënt of familie doen?Stel vragen over wisselende gezichten, korte tijden en onderbezetting, schrijf klachten of complimenten op naam, en steun zorgverleners als zij hun stem laten horen.
- Heeft klagen eigenlijk wel zin?Los klagen lucht soms op maar verandert weinig; bundel signalen, zoek medestanders en breng problemen gestructureerd naar management, gemeente of zorgverzekeraar.










