Wie eenmaal begint te praten, merkt dat meer mensen dezelfde knoop in hun maag voelen.
De tillen haar patiënt voorzichtig recht, tikt de thuiszorgmedewerker de stopknop van de douche aan en kijkt snel op haar telefoon. Nog drie adressen, dan naar huis. De klok zegt 10.42 uur, haar rooster zegt dat ze eigenlijk om 10.30 al weg had moeten zijn. Ze lacht vriendelijk naar de man in de douchestoel, maar in haar hoofd rekent ze: reiskosten, onbetaalde minuten, stijgende huur. Aan het eind van de maand blijft er steeds minder over.
Wie er wél aan verdient, kent ze niet persoonlijk. Maar ze weet dat ze bestaan.
Op de factuur aan de gemeente staat ruim drie keer zoveel als wat zij per uur krijgt. De zorginstelling, het bemiddelingsbureau, nog een schakel ertussen. Iedereen pakt een plak. Behalve degene die de steunkousen aantrekt en de noodsignalen opvangt.
Ergens in deze keten wordt iemand rijk van zorgverleners die structureel arm gehouden worden.
De vraag is alleen: wie, en hoelang nog?
Thuiszorg op de knieën: waar lekt het geld weg?
Wie ’s ochtends vroeg met een thuiszorgteam meeloopt, ziet twee systemen botsen. Aan de keukentafel gebeurt zorg: koffie, medicatie, een arm om een schouder. In het hoofdkantoor gebeurt business: contracten, uurprijzen, marges.
Tussen die twee werelden zit een kloof waar veel geld in verdwijnt.
Thuiszorgmedewerkers rijden van cliënt naar cliënt, vaak voor een netto-uurloon waar een bijbaan in de supermarkt soms niet eens zo veel voor onderdoet.
Gemeenten betalen via de Wmo en wijkverpleging vaak flinke tarieven aan zorgaanbieders. In sommige regio’s gaat het om 35 tot 60 euro per uur die uit publieke middelen wordt betaald. De zorgverlener die bij de mensen thuis komt, ziet daar soms nog geen 15 euro bruto van terug.
Zelfstandige zorgverleners worden ingehuurd via bureaus die 20 tot 30 procent marge pakken, soms meer. Grote koepels draaien miljoenenomzetten, terwijl de medewerkers extra diensten draaien om de energierekening te kunnen betalen.
Die verhouding wringt, elke dag opnieuw.
Het mechanisme is pijnlijk eenvoudig. Gemeenten en zorgverzekeraars willen “doelmatig inkopen”, dus drukken ze op de tarieven. Zorgorganisaties willen hun continuïteit waarborgen, dus bouwen ze buffers en managementlagen op. Tussenschakels – bemiddelingsbureaus, holdingconstructies, BV’tjes – happen mee uit de subsidiepot.
Aan het einde van de keten staat de verpleegkundige of verzorgende. Die voelt de druk om meer te doen in minder tijd. Minder tijd per cliënt, minder tijd per handeling.
Zo ontstaat een systeem waarin zorgverleners structureel onderbetaald blijven, terwijl de totale zorgkosten maar blijven stijgen.
Wie wordt wél rijk van onderbetaalde zorg?
De grootste winnaars zitten zelden in de wijkverpleegkundigenwagen. Het zijn bestuurders met topinkomens net onder de Balkenende-norm, aandeelhouders van zorg-BV’s, eigenaren van bemiddelingsbureaus.
Ze zien zorg als “markt” en cliënten als “productielijn”.
In jaarverslagen staan woorden als efficiëntie, ketensamenwerking en schaalvoordelen. In appgroepen van thuiszorgteams staat vooral: “Wie kan er nog een dienst overnemen, want we komen mensen tekort?”
Een voorbeeld uit het oosten van het land: een thuiszorgorganisatie factureert de gemeente 52 euro per uur. De zelfstandige wijkverpleegkundige die het werk doet, krijgt 28 euro per uur uitbetaald, waar ze ook nog haar verzekeringen, pensioen en administratie van moet betalen.
Het bemiddelingsbureau strijkt ruim 12 euro per uur op, zonder zelf één wond te verzorgen of één rollator te duwen. De rest blijft bij de zorginstelling, in gebouwen, managementlagen en marges.
Aan het eind van de keten blijft de zorgverlener zitten met onzekerheid en financiële stress, terwijl de jaarrekening van de organisatie er keurig uitziet.
De logica erachter is ongezond helder: wie dicht bij het geld zit, bepaalt de spelregels. Gemeenten en verzekeraars willen voorspelbaarheid en sturen op cijfers. Organisaties willen winst of in elk geval overschotten.
De enige groep die geen echte onderhandelingsmacht heeft, zijn de mensen met de sleutelbossen en de kladblokjes: de zorgverleners zelf. Zij werken vanuit roeping, loondienst of schijnzelfstandigheid, in een systeem dat gebruikmaakt van die loyaliteit.
*Zorg als roeping wordt zo zorg als goedkope grondstof.*
En daar wordt wel degelijk iemand beter van – maar zelden degene met de blauwe polo en de nachtdiensten.
Wat kun je als zorgverlener wél doen binnen dit scheve systeem?
Een eerste concrete stap is veel zakelijker naar je eigen werk te kijken. Niet vanuit cynisme, maar vanuit zelfbehoud.
Schrijf een maand lang alles op: reistijd, onbetaalde minuten, telefoontjes na werktijd, eigen middelen die je gebruikt. Reken dan uit wat je echte uurloon is.
Dat cijfer kan schrikken zijn, maar geeft je ineens een stevige ondergrond in gesprekken met je werkgever, bureau of collega’s.
Praat daarna niet alleen over roosters en diensten, maar ook over geldstromen. Vraag rustig: wat factureert de organisatie per uur voor mijn werk aan de gemeente of verzekeraar? Hoeveel daarvan komt terecht bij de mensen die de zorg leveren?
Veel zorgverleners voelen schaamte om over geld te beginnen. Toch verandert er weinig zolang iedereen alleen maar harder loopt.
Soyons honnêtes : personne ne fait vraiment ça tous les jours – maar één stevig gesprek per kwartaal kan al een wereld van verschil maken.
➡️ Na je 60e op wereldreis: een dure poging om jong te lijken die je lichaam genadeloos ontmaskert
➡️ Waarom reizen na je pensioen vaker een uitputtingsslag is dan het beloofde levenswerk dat je werd voorgespiegeld
➡️ Te druk voor grondige schoonmaak: de verborgen kosten van ‘even snel’ poetsen voor je lichaam, je huis en je bankrekening
➡️ Van groene belofte naar grijze realiteit: pellets vreten 15 kilo per dag, maar wie slikt de kosten?
➡️ Pensioen op de tocht – verhoging van de pensioenleeftijd verdeelt generatiegenoten én drijft kloof tussen arm en rijk verder open
➡️ Je pensioenfonds gokt tegen je gezondheid – wie verdient er aan jouw vroege dood?
➡️ Subsidie op, stooklust aan: wie durft nog beweren dat pellets duurzaam én betaalbaar zijn?
➡️ Elektrische auto’s en het rubberdrama: wie betaalt de prijs voor onze groene illusie?
In zo’n gesprek kan één zin blijven hangen, zoals een verzorgende IG het verwoordde:
“Zonder ons ligt de hele keten stil, maar wij zijn de enigen die niet meeprofiteren als het goed gaat.”
- Vraag naar de uurfactuur: weet wat er namens jou wordt gedeclareerd.
- Check je echte uurloon: tel ook reistijd en onbetaalde minuten mee.
- Bundel je stem: sluit je aan bij een vakbond, beroepsvereniging of actiegroep.
- Ken je rechten rond overwerk, bereikbaarheid en beschikbaarheid.
- Durf “nee” te zeggen tegen tarieven of constructies die niet kloppen.
Wat als we thuiszorg écht anders durven organiseren?
Op een bepaalde manier weet iedereen dat het zo niet lang houdbaar is. Teams vallen om, zzp’ers branden op, cliënten zien telkens nieuwe gezichten.
Wat zou er gebeuren als we het geld rechtstreeks naar de wijk laten stromen, met minimale tussenlagen? Kleinschalige coöperaties van zorgverleners bestaan al, maar krijgen nog vaak te weinig ruimte in de aanbestedingen.
Stel je een systeem voor waarin de wijkverpleegkundige niet het sluitstuk is, maar startpunt van beleid.
We hebben allemaal wel eens dat moment gehad waarop je denkt: wie zorgt er eigenlijk voor de mensen die zorgen? Dat is geen zachte vraag, maar een harde randvoorwaarde.
Zonder een gezonde financiële basis voor zorgverleners wordt zorg steeds meer draaideurwerk. Meer ziekteverzuim, meer verloop, minder kwaliteit, meer kosten.
De rekening komt dan terecht bij precies die mensen die nu al vastlopen: cliënten, naasten én zorgverleners zelf.
Misschien begint verandering niet met een groot Kamerdebat, maar met kleine, koppige keuzes in de praktijk. Een gemeente die openlijk kiest voor organisaties waar minimaal 70 procent van de zorggelden naar directe zorg gaat.
Een zorgverlener die samen met collega’s een coöperatie start en transparant is over tarieven. Een cliënt of mantelzorger die vraagt: “Hoeveel van dit geld gaat eigenlijk naar de mensen die hier binnenkomen?”
Wie die vragen durft te stellen, helpt het stille taboe te doorbreken: dat we jarenlang hebben geaccepteerd dat anderen rijker werden, terwijl de thuiszorgmedewerker haar benzine voorschiet en haar pauzes overslaat.
| Point clé | Détail | Intérêt pour le lecteur |
|---|---|---|
| Grote kloof tussen factuurtarief en loon | Gemeenten betalen 35–60 euro per uur, zorgverleners zien vaak minder dan 15 euro bruto | Geeft helder inzicht in waar het geld in de keten blijft hangen |
| Macht ligt bij wie dicht op het geld zit | Bestuurders, bureaus en tussenlagen bepalen voorwaarden, niet de zorgverlener | Helpt begrijpen waarom onderhandelen zo moeilijk voelt in de praktijk |
| Concrete handelingsruimte voor zorgverleners | Eigen uurloon berekenen, vragen naar factuurtarieven, samen optrekken | Biedt direct toepasbare stappen om minder afhankelijk en kwetsbaar te zijn |
FAQ :
- Verdien ik als thuiszorgmedewerker echt zo veel minder dan wordt gefactureerd?Ja, in de meeste constructies gaat een aanzienlijk deel van het uurbedrag naar organisatiekosten, overhead en soms winstmarges. Het verschil tussen factuurtarief en jouw loon kan oplopen tot tientallen euro’s per uur.
- Mag ik mijn werkgever vragen welk tarief er voor mij wordt gedeclareerd?Ja, je mag daar gewoon naar vragen. Transparantie over tarieven is geen gunst maar een redelijk verzoek, zeker als er met publiek geld wordt gewerkt.
- Is werken als zzp’er in de zorg financieel altijd gunstiger?Niet altijd. Het uurtarief lijkt hoger, maar je betaalt zelf verzekeringen, pensioen, administratie en soms ook onbetaalde reistijd. Het draait om het netto bedrag dat overblijft per gewerkt uur.
- Wat kan ik doen als ik het gevoel heb uitgebuit te worden door een bemiddelingsbureau?Praat met collega’s, meld je bij een vakbond of jurist en ga in gesprek met de gemeente of instelling die de opdracht uitgeeft. Je staat sterker als je informatie deelt en samen optrekt.
- Heeft het zin om als individuele zorgverlener je stem te laten horen?Ja. Eén stem verandert het systeem niet, maar maakt wel zichtbaar wat er speelt. Gecombineerde verhalen van de werkvloer zijn vaak het begin van politieke en maatschappelijke druk op misgelopen zorggeld.










